1. De structuur
Ligging school
De school is gelegen in het hartje van Bilzen, vlak aan het winkelcentrum. De school is gemakkelijk bereikbaar. De toegangswegen zijn via de Winterstraat of via het Pijpenhof.
Er is ruime parkeergelegenheid tegenover de school. Er mag niet door de ouders geparkeerd worden aan de kant van de school. Deze parkeerplaatsen zijn alleen voorzien voor directie en personeel. Ook niet tegenover de school langs de kant van de haag. Dit belemmert het busverkeer en creëert een gevaarlijke verkeerssituatie.
De schoolstructuur is als volgt samengesteld:
|
|
TYPE 1 |
TYPE 8 |
TYPE 2 |
Leesklas |
Structuurklas |
leer&functioneer groep |
|||
|
Kleuterklassen |
|
|
Juf. Josiane Juf. Elke |
|
Juf. Sofie M |
|
|||
|
Voorbereidingsfase |
Juf. Martine |
Juf. Goele
|
|
|
|
|
|||
|
Aanvangsfase |
Juf. Maxime Juf. Jorina |
Mr. Jos V. |
Juf. Els |
Juf. Katja |
Juf. Caroline
|
Juf. Mieke
Juf Jessica |
Juf. Jolien
Mr. Wim |
||
| Juf. Mieke S. | juf. Els K. | ||||||||
|
Vorderingsfase |
Juf. Leentje Juf. Birte Juf. Inge J. |
Juf. Annemie S
Juf. Geertrui |
Juf Stefanie D. Juf Heidi Juf. Kim |
Juf. Annemie G |
|||||
|
Eindfase |
Juf. Mariet |
Juf. Inge D. |
Mr. Filip |
Juf. Annick |
|
||||
In onze school wordt er niet met leerjaren gewerkt maar met niveaugroepen voor taal en rekenen. De klassen worden ingedeeld op basis van de taalniveaus. Voor rekenen wordt er een aparte indeling gemaakt.
Daarom is het noodzakelijk dat alle klastitularissen rekenen gelijktijdig geven. Om een spreiding te krijgen van de huistaken wordt dan ook de regel aangehouden dat alleen op maandag en donderdag rekenhuiswerk mag meegegeven worden. Op dinsdag en vrijdag wordt taalhuiswerk meegegeven.
In uitzonderlijke gevallen en gestaafd door een beslissing van de klassenraad kan het voorkomen dat een leerling tijdens de taalles naar een hogere of lagere taalgroep gaat. Bij het openmaken van de uurroosters wordt er naar gestreefd om de taal- en rekenvakken zoveel mogelijk in de voormiddag te laten doorgaan.
In de namiddag komen de andere vakken aan bod zoals knutselen, turnen, zwemmen, werkelijkheidsonderricht, muziek, vertellen en verkeer.
Kinderen die onvoldoende functioneren omwille van logopedische of motorische tekorten worden individueel begeleid door een team van logopedisten, ergotherapeuten en kinesisten . Kinderen met hardnekkige reken- en leesstoornissen worden begeleid door de blio’s, logopedisten en pedagogen. Samen met de directeur dragen zij de verantwoordelijkheid voor het pedagogisch functioneren van de school. Door mee te helpen aan het realiseren van het eigen opvoedingsproject van de school en door het nemen van allerlei initiatieven proberen zij het pedagogisch functioneren van de school te verbeteren.
Ook aan bewegingsopvoeding wordt veel aandacht besteed. Vandaar het inrichten van zwem- en turnlessen en sportdagen. De hoogste klassen bereiden kinderen voor op het secundair onderwijs. Vandaar dat vakken zoals computer, werkhuis, tuin, koken, … een plaats op het uurrooster toebedeeld krijgen.
Korte toelichting van de verschillende types
BKO : buitengewoon kleuteronderwijs (type 2)
Het BKO biedt opvang en onderwijs aan kleuters met een matige tot ernstige
mentale beperkingen (type 2) .
De basisinhoud van het gegeven onderwijs is te vergelijken met het gewone
kleuteronderwijs. Er wordt aandacht besteed aan alle ontwikkelingsdomeinen:
wiskundige initiatie, Nederlands, wereldoriëntatie, muzische vormingen en
lichamelijke opvoeding maar dit alles aangepast aan het ontwikkelingsniveau
van het kind.
Indien nodig, leren we het kind SMOG (spreken met ondersteuning van gebaren).
Deze gebaren vervangen niet het spreken maar ondersteunen de woorden totdat het
kind zich goed kan uitdrukken met gesproken taal. Naargelang de noodzaak wordt
aan collega’s, stagiaires, ouders, eventueel buitenstaanders een SMOG-cursus
gegeven na de schooluren.
Voor de kleuters die extra begeleiding nodig hebben, bestaat de mogelijkheid tot
het volgen van logopedische of psychomotorische therapie. Deze therapie kan
individueel of in groepjes gebeuren, maar kan ook binnen de klaswerking
opgenomen worden.
De noodzaak hiertoe wordt per kind onderzocht op de klassenraad.
Kleuters met de diagnose ASS (autisme spectrumstoornis) die zich niet thuis
voelen in de gewone klaswerking, worden begeleid in een structuurklas (max. 6
kindjes). Daar wordt via een specifieke autismewerking aan de ontwikkeling van
het kind gewerkt.
Buitengewoon lager onderwijs (type 1, 2 en 8)
Type 1:
De einddoelstelling van het type 1 –onderwijs is de integratie van leerlingen in
een normaal leef- en arbeidsmilieu. Om dit doel te bereiken, wordt een
stimulering en vorming van de totale persoonlijkheid beoogd. Hierbij is het
belangrijk dat deze kinderen de elementaire schoolse kennis en vaardigheden
verwerven. Daarom dient dit type op het niveau van het lager onderwijs
inhoudelijke gelijkenissen te vertonen met het kernprogramma van de gewone
basisschool. Hierbij is het de bedoeling enkel die kernleerstof aan te bieden
die een stevige basis legt voor algemene en sociale vorming op het niveau van
basisonderwijs. Type 1 is in hoofdzaak gericht op een systematische verwerving
van de instrumentele basisvaardigheden voor het leren op school, waarbij er
speciale aandacht gaat naar het ‘leren leren’ en de ‘sociaal-emotionele
ontwikkeling’.
Bij het onderwijsaanbod van het type 1 ligt het accent op functionaliteit. Dit
betekend dat het werken aan de verschillende vormen van zelfredzaamheid een
centrale plaats krijgt. Men dient er immers naar te streven dat de leerling
zichzelf kan behelpen en zich zo zelfstandig mogelijk kan begeven en beredderen
in de maatschappij. Daartoe is het noodzakelijk dat er gewerkt wordt op grond
van elementen uit het dagelijks leven van de kinderen. De leerinhouden dienen
ingepast te zijn in de concrete ervarings- en beleveningswereld van de
leerlingen. Op die manier krijgt het onderwijsaanbod een uitdagende en
stimulerende functie.
Type 8:
Voor kinderen die ondanks voldoende intelligentie, moeite hebben met sommige
aspecten van de leerstof van het lager onderwijs.
Zij krijgen gerichte hulp om de leerstof te verwerven.
De eindtermen van het gewoon onderwijs vormen het minimale eindniveau dat door
de overheid bereikbaar geacht wordt bij normaal vorderende kinderen. Voor
bepaalde leerlingen met speciale onderwijsbehoeften, in casu ernstige
leerstoornissen, zal het niet steeds haalbaar zijn om dit eindniveau zonder
extra hulp te bereiken. De specifieke ontwikkelingsdoelen voor het type 8 geven
de mogelijkheid tot remediëren en compenseren om tot dit eindniveau te
evolueren.
In het type 8 – onderwijs zullen, omwille van de integratiedoelstelling, de
eindtermen voor het gewoon basisonderwijs het uitgangspunt zijn. Deze eindtermen
krijgen het statuut van ontwikkelingsdoel. Op grond van de specifieke
instructiebehoeften, de heterogene mogelijkheden en beperkingen van deze
kinderen werden ook specifieke ontwikkelingsdoelen uitgewerkt voor de
leergebieden ‘leren leren’, ‘wiskunde’ en ‘Nederlands’. Sommige leerlingen
zullen enkel via aangepast onderwijs de eindtermen kunnen nastreven. Anderen
zullen slechts aan een beperkt aantal eindtermen kunnen voldoen. De leerlingen
die de eindtermen kunnen bereiken, sturen we op tijd terug naar het gewoon
onderwijs.
Type 2:
Onderwijs van type 2 wordt vaak levensscholing genoemd, omdat hier vooral
dagelijkse zaken worden aangeleerd die het initiatief en het zelfstandig leren
bevorderen: het beheersen van nuttige vaardigheden, taal en communicatie,
gedragsaanpassing, creatieve en sociale activiteiten.
Men stimuleert het kind door aangepaste leermethodes, maar men blijft
realistisch wat betreft zijn mogelijkheden. Leerlingen die het aankunnen, leren
teksten lezen en begrijpen, leren rekenen (getallenkennis, bewerkingen,
hoofdrekenen, schriftelijk rekenen). Rekenen staat in functie van concrete
dingen als (tijds)planning, omgaan met geld, wegen van grondstoffen, (af)meten
en vergelijken.
We maken een opdeling in leer- en leefklassen. In de leerklassen staan
bovenvermelde vaardigheden centraal.
In de leefklassen wordt het accent gelegd op zelfredzaamheid en socialisatie
Structuurklassen: onderwijs aan kinderen met ASS-diagnose:
Kinderen met autisme spectrumstoornis (ASS) hebben specifieke noden die
aanpassingen vragen in de structuur van tijd en ruimte en in de
pedagogisch-didactische benadering. In onze school trachten we deze
noodzakelijke aanpassingen zoveel mogelijk te verwezenlijken binnen het kader
van het type 1en 8.
Indien blijkt dat deze aanpassingen niet voldoende binnen dit kader kunnen
gerealiseerd worden, maakt het kind een overstap naar de structuurklassen.
Het doel van deze klassen is een auti-vriendelijk kader bieden, zodat deze
kinderen op alle domeinen worden gestimuleerd in hun groei en ontwikkeling.
Kinderen met autisme en die les volgen in type 8 of type 1 krijgen individuele ondersteuning van een interne ASS-coördinator. Aij is pedagoog van opleiding.
2. Onze partners
Het Schoolbestuur als organisator
Het Schoolbestuur is de eigenlijke organisator van het onderwijs in de school. Zij is verantwoordelijk voor het beleid en de beleidsvorming en schept de noodzakelijke voorwaarden voor een goed verloop van het onderwijs. Om het schoolgebeuren uit te bouwen doet zij een beroep op de eigen begeleidingsdiensten.
De Voorzitter is De Heer Chris Moors Hoogstraat 39 Bilzen
De Afgevaardigde van onze school is De Heer Jean Poesen Stationlaan 20 b1 Bilzen
Klassenraad als motor van het pedagogisch gebeuren
De klassenraad is samengesteld uit directie, een afgevaardigde van het C.L.B.., de klastitularis van de leerling en de behandelende bijzondere leermeesters voor die bepaalde klas: kinesist, logo, Blio, (ortho)pedagoog, ergotherapeut, psycholoog.
Het overleg vindt driemaal per jaar plaats. Dan worden alle leerlingen
individueel besproken. Een extra klassenraad kan op aanvraag van één van de
leden samengeroepen worden. Deze extra klassenraad noemen wij het ‘groot
overleg’ en vindt plaats tijdens een plage-uur van de leerkracht.
De klassenraad heeft beslissingsrecht voor wat betreft het opnemen in en het
ontslaan van leerlingen uit bepaalde klasgroepen voor rekenen en voor taal, het
behandelen door de Blio en pedagoog of psycholoog en het inschakelen van logo
en/of kinesist en/of ergotherapeut of het doorverwijzen naar een externe
hulpverleningsdienst.
Van iedere leerling wordt een individueel dossier opgemaakt vanaf het ogenblik dat hij in school wordt ingeschreven. Op basis van alle beschikbare gegevens van een kind stelt de klassenraad een individueel programma op voor elk kind. Ze onderzoekt waaraan het kind het meeste behoefte heeft en probeert aan die hulpvraag te beantwoorden.
Oudervereniging als belangrijke schakel
Onze school kent een bloeiende oudervereniging. Eénmaal per maand komen zij samen. Als vertegenwoordiger van het personeel zetelen Mevr. Caproens, directeur, en Mevr. Philips, leerkracht.
Zij proberen een spreekbuis te zijn van alle ouders van de school. Voor problemen waarvoor men niet onmiddellijk naar de school durft toe te stappen, kan men altijd bij de voorzitter Mevr. Josiane Massot (tel. 089 731066 of 0473 434006) terecht.
Elk jaar worden er nieuwe leden gevraagd. Tijdens de inschrijving krijgt u uitleg over deze vereniging en haar werking. U mag steeds in de loop van het jaar naar een vergadering komen. Deze bijeenkomsten staan vermeld op het maandoverzicht dat uw kind ontvangt.
Schoolraad
Het participatiedecreet van 2 april 2004, B.S. 6 augustus 2004, voorziet op 1 april 2005 in de oprichting van een schoolraad. De schoolraad vervangt de participatieraad.
In de schoolraad zijn volgende geledingen vertegenwoordigd: ouders, personeel en lokale gemeenschap. Elk lid onderschrijft het opvoedingsproject van de school. Wat betreft het reglement van orde van de schoolraad, verwijzen we naar het dossier zoals dit werd goedgekeurd door de schoolraad.
Leden van de schoolraad:
Voor de lokale gemeenschap:
Mevr. Els Mertens Tramstraaat 1 a
Riemst
Mevr. Petra Biesmans
Eikelenweg 163 Lanaken
De Heer Jef Rondags Oude
Tongersestraat 15 Bilzen
Voor de personeelsleden: De Heer Jos Schoubs Leeuwerikstraat 17 Bilzen
De
Heer Dirk Smeets Haenenstraat 59 Bilzen
De Heer Jos Vanherf Meershoven
11 Bilzen
Mevr. Joke Caproens
Souwveld 29 Bilzen
Voor de ouders: Mevr. Josiane Massot en De Heer Erik Timmermans
3. Bijzondere externe partners CLB
Wat is een CLB?
CLB staat voor Centrum voor Leerlingenbegeleiding. Leerlingen, ouders en school kunnen er informatie en begeleiding krijgen. Daarvoor zorgen artsen, maatschappelijke werkers, pedagogen, psychologen, psychologisch assistenten en verpleegkundigen.
Je kunt met allerlei vragen naar het CLB. Een kleine greep uit de zeer brede waaier: vragen over studeren en studiekeuze op school, lees- en rekenproblemen, gezondheid, slaapproblemen, angst om naar school te gaan, pestgedrag, de aanpak van vervelend gedrag, opvoeding, …
Op sommige vragen krijg je al meteen een antwoord. Vaak is een verhelderend gesprek voldoende. Soms is extra hulp en ondersteuning nodig. Samen met de CLB-medewerker werk je dan aan een oplossing. Indien nodig vindt er een medisch, psychologisch en/of sociaal onderzoek plaats. In een aantal gevallen verwijst het CLB voor verdere behandeling of begeleiding door naar een andere, meer gespecialiseerde gezondheids- of welzijnsdienst.
Op
onderzoek : het medisch consult
Elke leerling moet verschillende keren op onderzoek bij de CLB-arts en
verpleegkundige. Deze onderzoeken zijn verplicht. In het buitengewoon onderwijs
vinden deze onderzoeken plaats in de 1e en 2e kleuterklas
en verder om de twee jaar. Tijdens het onderzoek mag je kind aan de verpleegster
en de dokter altijd vragen stellen. Voor een gesprek kan je ook een afspraak
maken op een later tijdstip.
Je kan de onderzoeken door een andere arts laten uitvoeren, maar daar zijn
enkele voorwaarden aan verbonden. Die vraag je best aan je CLB.
Inentingen
Het CLB biedt gratis inentingen aan. Daarbij volgen ze het ‘vaccinatieprogramma’
dat door de overheid is aanbevolen. Om ze te krijgen moeten de ouders
toestemming geven.
6 – 7 jaar : polio (kinderverlamming), difterie (kroep), tetanus
(klem), kinkhoest
10 – 11 jaar: mazelen, bof (dikoor), rubella (rode hond)
12 – 13 jaar: hepatitis B (geelzucht)
14 – 15 jaar: difterie, tetanus, kinkhoest
CLB-dossier
Daarin komt alles wat met jouw kind en de begeleiding te maken heeft. Het CLB
houdt zich uiteraard aan enkele regels:
- in het dossier komen enkel gegevens die nodig zijn voor de begeleiding
- ze behandelen de gegevens met de nodige discretie en zorgvuldigheid
- ze houden zich aan het beroepsgeheim en het ‘decreet rechtspositie minderjarigen’
Het dossier inkijken
Vanaf 12 jaar mag je kind dat meestal, maar hierop bestaan enkele
uitzonderingen. Ouders of voogd mogen het dossier dan enkel inkijken met de
toestemming van de leerling. Is je kind jonger dan 12 jaar, dan mag je als ouder
of voogd het dossier inkijken. Dat geldt wel niet altijd en ook niet voor het
volledige dossier. Voor gezondheidsgegevens bijvoorbeeld beslist de arts.
Je kan een kopie vragen van de gegevens die je mag inkijken. Inkijken gebeurt
wel altijd samen met een gesprek om uitleg te geven. Die kopie is erg
vertrouwelijk en mag niet voor iets anders dienen dan jeugdhulp.
Je kan vragen om sommige gegevens niet in het dossier op te nemen. Daarvoor moet
je wel een ernstige reden hebben. Het mag bovendien niet gaan om gegevens die we
verplicht verwerken, zoals de resultaten van de medische onderzoeken.
Naar een andere school
Als je kind naar een andere school gaat, dan gaat het dossier naar het CLB waar
die school mee samenwerkt. Je kan je daartegen verzetten, maar sommige gegevens
geven ze verplicht door. Die kan je niet weigeren, identificatiegegevens,
gegevens over leerplicht, inentingen, medisch onderzoek en de opvolging hiervan.
Als je niet wil dat het hele dossier naar het nieuwe CLB gaat dan moet je dat
binnen de 10 dagen na de inschrijving in de andere school schriftelijk laten
weten aan je (oude) CLB. Dat moet zo snel omdat het dossier anders automatisch
verhuist met de inschrijving.
En later?
Ze houden het dossier van je kind minstens 10 jaar bij op de hoofdzetel van jouw
CLB, te tellen vanaf het laatste medisch consult.
Ons CLB-schoolteam
Onze school werkt samen met het Vrij CLB Zuid-Limburg. Daar staat een team van deskundigen ter beschikking van de leerlingen en de ouders, de leerkrachten en de school.
Openingsuren
Het centrum is open:
· Op maandag van 08.30 u. tot 12.00 u.
· Op de andere werkdagen van 08.30 u. tot 12.00 u. en van 13.00 u. tot 17.00 u.
· Men kan ook telefonisch een afspraak maken voor een onderhoud buiten deze kantooruren
· Twee dagen in de kerstvakantie (wordt in de pers aangekondigd)
Het centrum is gesloten van 15 juli tot en met 15 augustus, tijdens de kerst- en de paasvakantie.
Je kunt gewoon binnenlopen op het centrum, maar het is toch veiliger vooraf een afspraak te maken op het telefoonnummer
089 / 51 07 90. Voor alle medische vragen kunt U terecht op het telefoonnummer 012 / 39 83 40.
4. GON
Vanaf september 2006 zijn we ook gestart met het geven van GON (geïntegreerd onderwijs). Het geïntegreerd onderwijs is een samenwerking tussen het gewoon onderwijs en het buitengewoon onderwijs. Het is bedoeld om jongeren met een handicap en/of leer- en opvoedingsmoeilijkheden tijdelijk of permanent, gedeeltelijk of volledig de lessen of activiteiten te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs met hulp vanuit een school voor buitengewoon onderwijs die daartoe aanvullende lestijden en/of aanvullende uren (GON-pakket) krijgt en via het werkingsbudget een integratietoelage krijgt.
Het geïntegreerd onderwijs kan gegeven worden op het niveau van het kleuteronderwijs, het lager en het secundair onderwijs.
De GON-leerling moet in het bezit zijn van een inschrijvingsverslag ( = attest en protocol) opgesteld door het CLB om GON-begeleiding te ontvangen vanuit type 7 en vanuit type 8. Daarnaast moet de GON-leerling die GON-begeleiding krijgt vanuit type 7 tevens beschikken over een attest dat opgesteld werd door een kinderpsychiater of een Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen waarin de diagnose autisme spectrumstoornis vermeld staat.
De GON-leerlingen die georiënteerd worden naar de types 3 en 8 moeten het voorafgaand schooljaar minstens negen maanden voltijds buitengewoon onderwijs gevolgd hebben.
De pedagoog van onze school coördineert het GON-team. Wekelijks overleggen zij samen op onze school: bespreken de kinderen, de therapieën, de te nemen stappen.
5.
CPBW (Comité voor Preventie en Bescherming op het werk)
In onze school is een team van personeelsleden die zich inzetten voor preventie
en bescherming op het werk. Zij gaan na of de school de nodige veiligheid biedt
aan personeel en kinderen. Bv. of de speeltoestellen voldoen aan de wettelijke
Europese normen, of er geen mankementen zijn. Indien een personeelslid een
mankement merkt op het schoolterrein dan heeft zij/ hij de plicht dit te melden
op een checklist. Het euvel wordt dan zo snel mogelijk opgelost.
Als leerlingen zich niet goed voelen doordat ze geplaagd of gepest worden, dan melden ze dit zo snel mogelijk aan de klastitularis. Bij aanhoudend pestgedrag nemen de ouders het best contact op met de directie. Wij vinden het belangrijk dat een kind zich goed voelt op onze school. We zullen er dan ook alles aan doen. De psychologe, de pedagoge of de leerlingcoördinator volgt het kind dan nauw op en houdt de ouders op de hoogte van de stand van zaken.